Geef ze krediet (en credits)Op de EdSurge-website verscheen in juni een artikel over de parallellen tussen de internetboom van twintig jaar geleden en het huidige enthousiasme over de invloed van sociale media op het onderwijs. Brad Spirrison, directeur bij Participate, een bedrijf dat leerkrachten ondersteunt, vindt de gelijkenissen positief.

Spirrison heeft het eerst over de tinkerers (‘knutselaars’), de pioniers die bij beide bewegingen de (enorme) mogelijkheden herkenden en verkenden. Daarna kwamen de opportunisten: investeerders die vooral de financiële kansen zagen. Dat laatste vindt Spirrison overigens oké: zonder financiële excessen zouden bepaalde grote projecten nooit zijn uitgevoerd en hadden we nu geen internet.

De auteur argumenteert dat snelle, opportunistische knip-en-plakoplossingen die veel edtech-bedrijven aanbieden, niet zullen pakken bij de leerkrachten:

This approach won’t work with passionate educators who recognize that their world is changing because of technology. They don’t have time for doo-doo.

Wat wel werkt voor leerkrachten, zijn (online) lerende netwerken, die volgens Spirrison veel meer effect hebben dan traditionele nascholingen.

Teachers in 2017 are more likely to learn from a Twitter chat for education than most “sit and get” professional development sessions hosted by their school or district.

Op het einde van de tekst gaat het over het (nakende?) ‘omslagpunt’ voor deze evolutie. Zodra leerkrachten officiële credits krijgen voor wat ze op sociale netwerken leren, zal deze vorm van professionele ontwikkeling zich heel snel verspreiden en uiteindelijk de nieuwe norm worden.